Citroenplant uit Zaad – deel 1

Citroenen gebruik ik heel vaak. Geraspt in aromatische citroenkoekjes. Als sap op appels om te voorkomen dat ze bruin worden. Ingemaakte citroen in het zout voor bij een Marokkaans tajine recept. Heerlijk frisse citroenlimonade.

Ik zou ze heel graag in mijn tuin hebben staan.

Het zijn echter planten die uit het middellandse zee gebied komen en hier niet in de volle grond kunnen overleven. Toch wil ik het een keer proberen om uit zaad een plant op te kweken. Het wordt dan een kuipplant die in de zomer buiten kan staan.

Gelukkig vond ik een citroen zaai handleiding online. In het kort komt het hier op neer:

De pitjes uit een biologische citroen een dag in water laten weken. Vervolgens met een scherp mes het buitenste schilletje eraf peuteren. Dat is een precies werkje. Ik doe dit om de kiem kansen te vergroten. Het kiemtopje zou anders door dat kleverige velletje heen moeten breken.

Het pellen van citroenzaadjes

Vervolgens worden de naakte zaadjes in een klein champignonbakje gezaaid met wat potgrond. Dit bakje heb ik in een minikastje op de vensterbank boven de verwarming neer gezet. Citroenzaadjes ontkiemen bij temperaturen van 22 tot 25 C.

Na drie weken piepte het eerste zaadje boven de grond. Hoera!

Mini citroenplantje

Met een juweliers-vergrootglas heb ik met mijn telefoon een foto gemaakt. Blij als ik was met dit eerste prille begin van een citroenplant.

Na een week waren van de 16 zaadjes er 13 gekiemd. Tijd om te verplanten naar een grote pot zodat ze wortels kunnen gaan ontwikkelen. Die potjes zet ik dan weer in een groter tuinkastje. Ze staan nog steeds bij de verwarming op mijn vensterbank.

Tony, onze brutale kater, moest zo nodig even testen of het tuinkastje zijn gewicht wel kon dragen!
Helder groen straalt dit kleine citroenplantje me tegemoet. Ik ben benieuwd naar hun toekomst.

Nachtvorst of Het risico van de Eerste zijn…

Veertien Februari, de eerste warme, zonnige voorjaarsdag. Overal in onze tuin piepte de Crocussen hun lieftallige hoofdjes op. Vol overgave opende ze hun paarse bloempjes naar de warme zon. Zelfs de bijen kwamen al weer tevoorschijn.

Maar in de nacht daalde het kwik tot onder nul en creëerde witte randen om al het overmoedige groen dat te voorschijn was gekomen.

De vlierbes, Sambucus nigra, ijs omrand.

Op de tere bloemetjes was een ijslaag neergedaald.

Ze zijn echter sterker dan ze doen vermoeden. Een van hun strategieën is het stijf sluiten van de bloemknoppen zodra de zon ondergaat.

Dan zijn ze opgewassen tegen het ijs.

Elk jaar weer verbaas ik me over de veerkracht van deze tere bloempjes. Samen met de sneeuwklokjes zijn ze de voorbode van een nieuw groei jaar.

Zo voelt dat ook voor mezelf. Af en toe laat ik weer wat van me zien. Als de lucht nog koud voelt, sluit ik de luiken en wacht nog even totdat het echt lente wordt.

Maan

Een totale maansverduistering met goed weer komt niet zo vaak voor. Dus stapte ik op maandagmorgen 21 januari heel vroeg uit bed om dit fenomeen vast te leggen. Aangezien het wel 7 graden onder nul was, toch maar de ski kleding aangedaan.

Het was niet gemakkelijk in de koude omstandigheden om de goede instellingen te vinden. Toch ben ik tevreden over het resultaat. Het is het beste dat ik met mijn camera kan bereiken.

De vrieskou bleef aan en de hele dag was het strak blauw weer. Daardoor was ik extra gemotiveerd om er ’s avonds nog een keer op uit te trekken. Deze keer om de Maans-opgang te fotograferen. Omdat de maan op het dichts bijzijnde punt staat is zij extra groot. Dit wordt het Epigeum genoemd.

Opkomende Maan over het kerkdorp Beesel in Limburg.

De Maan is inspiratiebron geweest voor mijn Moonlit serie. Daar vertel ik meer over op de Moonlit-pagina van La Leipsig Jewels.

Mister Blue, ’n starter voor Zuurdesembrood

Vandaag heb ik weer zuurdesembrood gemaakt. Deze keer is het erg goed gelukt. Yes! Mijn starter, dat wat het brood doet rijzen, is “alive & kicking”.

Leren zuurdesembrood maken is een soort van materiaalonderzoek. Een starter is een levend wezen. Ik heb hem zelfs een naam gegeven: Mister Blue.

Wekelijks verzorg ik hem met een paar lepels meel en wat lauw warm water. Vervolgens laat ik het een paar uur in de warme keuken staan en roer af en toe goed met een houten lepel. Dan gaat hij bubbelen, er komt koolzuur vrij. Een teken dat hij goed actief is. Vervolgens gaat hij een week de ijskast in, waar de micro-organismes in ruststand gaan.

(Op de site van de Bisschopsmolen staat een goed zuurdesemstarter recept.)

Ik heb Mister Blue wel eens drie weken vergeten. Stiekem was ik toen bang dat hij dood was gegaan. Maar nee hoor! Hij kon meer hebben dan ik dacht. Wat hij dan wel doet, is een helder vloeistof afscheiden aan de bovenkant. Dat giet je af en vervolgens, hup, weer meel en water erin om op te starten. Als ie fris zuur smaakt en diep fruitig ruikt is hij helemaal gezond.

Vorig jaar heb ik een dagworkshop broodbakken gevolgd bij Evi van de www.bakster.nl. Dat was zeer waardevol om de fijne kneepjes van ’t vak te leren. En super gezellig omdat ik samen met mijn zus ben gegaan.

In de workshop werkplaats. De rechterkolom is het zuurdesembrood recept.
Alle ingrediënten mengen aan de hoge houten tafel.

Het wekelijks bijhouden, en ’t bakken van het zuurdesembrood, maakt dat ik mijn starter nu echt heb leren kennen. Ik behandel hem als een klein actief vriendje dat me helpt om gezond brood te maken. En dat van alleen maar meel, water en een beetje zout!

Wil je het ooit zelf proberen, kom dan wat starter bij me halen.
Ik deel Mister Blue graag met je.

Handtas van een Boekomslag

Al tijden wilde ik een ideetje dat ik gezien heb op pinterest echt gaan maken: Een handtas van een oud boek.

Tijdens een boekenmarkt had ik een oud boek gevonden met een mooie omslag. Voor twee euro mocht ik het meenemen. Heel voorzichtig heb ik het boekblok eruit gesneden met een stanleymes.

Nu vind je dat misschien tamelijk oneerbiedig, maar dit was zo’n oubollig boek dat toch door niemand meer gelezen gaat worden. Op deze manier krijgt het boek nog een mooie bestemming.

Met vrolijk bolletjes stof, karton en lijm ben ik aan de slag gegaan. Ik wilde er een strakke handtas van maken. Met de boekbind technieken is me dat goed gelukt. Ik heb stof op karton geplakt en dat voor de zijkanten gebruikt. De handvaten zijn twee stukken plastic dat ik overhad. Die zijn weer met een oude veter op de zijkanten bevestigd dmv lijm.

De binnenkant heb ik afgewerkt met dun geel foam, waardoor een luxe uitstraling ontstaat. Dat vond ik wel goed gevonden.

Er zit zelfs een verborgen element in: Je kunt één zijkant opklappen. Daar vind je inschuiflussen van elastiek om pennen in te schuiven.

Het is leuk om met zo’n project bezig te zijn. Al is het maar een klein beetje dat ik red van de grote afvalberg, het geeft een goed gevoel om bezig te zijn met upcycling.

Handtas gemaakt van oud boek. boekomslag.

Gepubliceerd in een Tuinboek

In mei 2018 kreeg ik een vriendelijke mail van Henny Ketelaar met een leuk verzoek:

Ik ben een boek aan het schrijven over inheemse planten. Niet alleen botanisch, maar ook de relaties van planten met insecten/dieren en vooral de relatie tussen planten en mensen in de loop van de geschiedenis.
Een van de soorten is het St. Janskruid en omdat ik vroeger zelf ook sint-jansolie heb gemaakt, zocht ik hiernaar op internet en kwam bijgaande foto van jou tegen. Ik vind deze mooi omdat ze beeldend de samenhang laat zien en mijn verzoek is om deze foto te mogen gebruiken, uiteraard met bronvermelding.

Je kunt je natuurlijk voorstellen dat ik hierop positief gereageerd heb. Deze maand kreeg ik van Henny het pdf opgestuurd met daarin mijn foto hoe ik St. Janskruid tot olie heb verwerkt. Je ziet de pagina hieronder:

Henny was zo vriendelijk mij het boek te laten lezen. Het is ’n boeiende verzameling van Nederlandse planten waarvan er veel ook in onze tuin staan. Leuk om te zien dat door mijn hobby van planten fotograferen nu dit contact is ontstaan.

Mocht je nieuwsgierig zijn naar het boek (ik kan het van harte aanbevelen) dan is het te bestellen bij KNNV Uitgeverij via deze link: Planten van Hier

Helga’s 7-pad Labyrint

Na drie weken werken is het mergel labyrint af. Tijdens de openings morgen is een klein groepje komen lopen. Leuk om te zien.

Wel had ik me de dag wat feestelijker voorgesteld maar door een ongelukje, dat me op donderdagavond overkomen is, was het wat minder. 

Tijdens het bakken van vlees spetterde olie op mijn hand en in mijn gezicht. Daar was een bezoek aan de eerste hulppost voor nodig met als gevolg dat ik zowat als een mummie thuis kwam.

Nu twee dagen later is een aantal van de brandwonden al goed geheeld. Slechts twee in het gezicht zijn open. Mijn hand echter heeft fikse blaren. Dat zal eventjes duren voordat ik weer in de tuin kan werken of sieraden kan maken.

Gelukkig heb ik voldoende boeken liggen om me bezig te houden. Of werken aan de website, ook altijd leuk.

Labyrinten door de eeuwen heen

In de avonduren zoek ik op het internet uit wanneer de oudste labyrinten getekend of gebouwd zijn. Tijdens deze zoektocht ging er een wereld voor me open. Ik wist niet dat zoveel mensen zich met labyrinten bezig hielden.

Dit verhaal begonnen met het vertellen van de geschiedenis maar ik kwam al snel tot de conclusie dat dit door anderen, zoals Seff Saward (Labyrinthos) en Eric Reismann (mymaze), veel beter was gedaan. Hierdoor zit deze post vol met links die verwijzen naar voornamelijk engelstalige site’s van de drie periodes die ikzelf het boeiendste vind.

Het labyrint buiten vordert langzaam. Het regent geregeld en ik moet oppassen met mijn rug. Op een herhaling van de hernia in ’t voorjaar zit ik niet te wachten.

Voor de twee grootste cirkels ben ik, vanwege een tekort aan stenen, de mergelstenen aan het zagen. Dat neemt veel tijd in beslag. Afgelopen vrijdag heeft mijn lieve neefje geholpen, een super zaaghulp! Hij vond het ook prachtig om het middelste deel te lopen en hij kan niet wachten tot het af is.

Spanje – vroeg bronstijd

De eerste periode die me aantrekt zijn rotstekeningen die gedateerd zijn ergens uit het late Steentijdperk of vroege Brons periode en maakt dat ze rond de 4000 jaar oud zijn.

Een grondig artikel over de eerste labyrinthen is van Jeff Saward. Hier lees je dat het lastig is om precies te zeggen wat het oudste labyrint is. Rotstekeningen zijn moeilijk te dateren. Maar tot die vroegst betrouwbaar te dateren labyrinten zijn die in Noord Spanje op bovenstaande foto’s.

italië, griekenland & Knossos – klassieke oudheid

De Tragliatella vaas hierboven behoort tot de collectie van het Capitolini museum in Rome. Deze wijnkan is in 1878 gevonden in een Etruskisch graf vlakbij Cerveti. Gedateerd op 600 v.C. In het gegraveerde 7-pad labyrint staat truia geschreven, een verwijzing naar de stad Troy. De schrijfster Elizabeth Storrs heeft de poetisch kant van de tekening op de vaas uitgediept.

 

Knossos is een plek die verbonden wordt met een labyrint. De mythe van Ariadne’s draad en de minotaurus speelt zich hier af. In 1991 ben ik als toerist in het paleis geweest.

De munt aan de rechterkant werd uitgegeven door de handelspost op Kreta tussen 300-70v.C. Erop een labyrint waarmee Knossos verbonden werd. Op wikipedia meer griekse mythologie over de minotaurus en het labyrint.

Links een toevallig bewaard kleitablet uit ’n door brand verwoest paleis in Pylos, Griekenland (1200v.C.). Op de voorkant staat in Linear B een opsomming over geiten maar op de achterkant is een rechthoekig 7-pads labyrint ingekrast. Jeff Saward heeft er meer over verteld in de tekst: eerste labyrinten.

 

Scandinavië – vikingtijdperk

Onverwacht was het aantal labyrinten dat er in Scandinavië te vinden zijn. Erwin Reismann heeft op mymaze een mooi overzicht gegeven. Hij citeert daar John Kraft een expert over Troytown, zoals labyrinten ook wel eens genoemd worden.

Nyköping – Lindbacke artikel door John Kraft

Mogelijke betekenis troytown

 

Planttijd!

Het Labyrint moet eventjes wachten.

Nu is namelijk de tijd dat je planten kunt verplaatsen en dat gaat het beste voor de vorst van de winter.

Mijn uitbreidingslijstje met planten voor in de tuin had ik al klaar liggen. Er staan heel wat mooie exemplaren op die ik heb kunnen vinden bij twee ecologisch werkende plantenkwekerijen.  Mijn zoektocht ging uit naar planten die medicinaal of als keuken kruid te gebruiken zijn.

De eerste lading vaste planten komt van plantenkwekerij Bastin in Aalbeek (L). Door slim combineren kon ik in één ritje een afspraak in Maastricht combineren met het vervullen van mijn wensenlijstje.

Het is een prachtige kwekerij in het heuvellandschap van Limburg met grappig gebruik van het hoogteverschil. Op de verschillende terrassen staan de planten voor het uitzoeken. Ze zijn gespecialiseerd in mediterraanse planten, vooral lavendel, waarvan ik een bijzonder rijk geurende variant heb gekocht. Verder is Engelwortel, rode zuring, Kardoen, Valeriaan, bosaardbeitjes, Verveine, Mierikswortel, Stevia en een Heuchera (voor zijn decoratieve rode blad, het oog wil ook  wat!) meegekomen.

Oh… en 3 struikjes honingbes (Lonicera caerulea) een bessoort die ik nog niet ken maar wel heel erg nieuwsgierig naar ben. Hopelijk slaan ze allemaal goed aan en kan ik ze volgend jaar proeven.

Op naar de volgende kwekerij.

Een verjaardagsvisite aan mijn zilverklei vriendin in Oss leverde een bezoekje op aan boomkwekerij Batterijen. Daar heb ik een kweepeer halfstam (Cydonia oblonga ‘Vranja’) , twee vijgen (Ficus carica ‘Brown Turkey’ en ‘rouge du bordeaux’) en een wilde citroen (Poncirus Trifolium) meegenomen.

Terwijl ik het gat aan het graven was voor de kweepeer merkte ik pas hoe droog het is geweest deze zomer. Voor de 50 cm diepte had ik een pikhouweel nodig om de grond in stukjes te breken. We zitten hier op kleigrond en dan kan het nogal hard worden als die uitdroogt.

Daarom heb ik bij het planten ook veel compost in de grond gedaan zodat die humusrijker wordt en het vocht beter kan vasthouden. Dat zal de halfstam kweepeer boom fijn vinden.

Het grasveld waar de kweepeer boom nu rechts van de gieter staat. Achterdoor zie je het half voltooide labyrint. De lichtgroene planten links zijn de aspergeplanten, ze hebben het gelukkig toch gered nadat ze door de aspergekever belaagd waren.

Mergel, materiaal uit het Krijt Tijdperk

De stenen die ik gebruik in het labyrint, zijn gemaakt van mergel.  Een bouwmateriaal dat wordt gedolven in Zuid-Limburg.  Mergel bestaat bijna geheel uit resten van kleine zeedieren die hier aan het einde van het Krijt-tijdperk hebben geleefd toen onze omgeving overspoeld was door een zee. In zekere zin is het een dikke laag fossielen.

Op deze foto’s zie je drie stukken mergel waarin je een klein stukje fossiel kunt ontdekken. Het groen is mos en alg dat graag groeit op mergel.

Marlstone from South-Limbourg with tiny fossils.

Mergel is heel zacht maar toch bestand tegen weer en wind. Met een grote houtzaag kan ik de stenen op maat maken, bijvoorbeeld om de rondingen te maken in het Labyrint. Verder is het ideaal om studies voor kunstwerken in te maken, het werkt lekker snel.

Mooi van deze steen is dat ik het afval kan fijn slaan en in de tuin gebruiken. Het is zeer kalkrijk en voedzaam voor de aarde.

Mijn Dag op Zee collectie is mede geïnspireerd door fossielen die gevonden zijn in de Mergel van Limburg. Het idee dat er 75 miljoen jaar geleden hier op de plaats waar ik nu woon een ondiepe zee was waar al deze diertje leefden vind ik fascineren. Dat mijn labyrint nu wordt gemaakt met dit oorspronkelijk materiaal van deze omgeving is een grote meerwaarde voor mij.

Vandaag heb ik het middenstuk en het eerste pad ingegraven. Er volgen nog zes paden voordat het labyrint af is. De buitenste randen zullen het meeste tijd vergen. Het is leuk om te doen en terwijl ik bezig ben heb ik veel tijd om na te denken over wat een Labyrint voor mij betekend. Maar daar morgen meer over.

The seed pattern of the 7-circuit labyrinth.