Lente = Zaaitijd

De zon schijnt en het is al maart.

Tijd om buiten te gaan zaaien!

Ik was natuurlijk al in februari binnen begonnen met aubergine’s, paprika’s, pepertjes en tomaten. Dat doe ik binnen op de vensterbank in kleine minikasjes. Daar worden ze helemaal vertroetelt door mij.

De eerste zaadjes in de grond.

Dit jaar heb ik van elke soort 6 zaadjes geplant. Als ik uiteindelijk van ieder 2 planten overhoud ben ik tevreden. Planten die over zijn vinden over ‘t algemeen makkelijk nieuwe ouders 🙂

paprika zaailingen.

Na een maand zien de pepertjes en paprika’s er zo uit. In april kan ik ze in grote potjes verspenen.

Tomaten zaailingen.

De tomaten had ik op 8 maart gezaaid. Toen ik terug was van Engeland (een week later) stonden ze al 3 cm hoog boven de grond. Die hadden er echt zin in. Nu staan ze in ‘t mooie lente weer ‘n beetje lucht aan het happen. Dan kunnen ze een beetje afharden anders worden het veel te fragiele plantjes.

Tuinkas, koude kas en groentebedden.

Hierboven zie je mijn kleine kas, 2 koude kas zaaibedden (1 m2) en 6 groentebedden (3 m2). Hiermee kan ik heel wat groenten kweken in een jaartje tijd. Vanaf dit jaar ga ik me ook houden aan een 6 bed wisselschema. Dat betekent dat een plantensoort maar 1 keer in de 6 jaar op dezelfde plek komt te staan. Hiermee wil ik mijn grond gezond en vruchtbaar houden.

Een gedeelte van de zaadjes heb ik al te voorschijn gehaald. De komende weken heb ik het druk. Zand in potjes doen, zaadjes erin, water geven en elke dag even kijken of ze niet al boven de grond uit komen.

Zakjes vol met zaadjes.

Ben je nog nieuw op het gebied van zelf je plantjes opkweken en wil je zelf aan de slag? Dan kan ik je twee websites van harte aanbevelen:

De eerste is van Kees, hij blogt op De Boon in de Tuin. Een vrolijke site met veel informatie van een enthousiaste tuinier: Voorzaaien moestuin Tips.

De andere site is van Diana, een werkelijk encyclopische verzameling. Ze blogt onder de naam Diana’s Mooie Moestuin. In de blog Algemene Zaai-informatie verteld ze wat je wel en juist niet moet doen. Aanrader!

Wil je nu gaan zaaien, dan heb ik een kleine weggeef actie voor jou. In zelf gevouwen zakjes stop ik 10 tomatenzaadjes. Er staat op geschreven welke soort erin zit. Deze hang ik aan mijn minibieb in Beesel (Ouddorp). Voor liefhebbers kan ik er ook Goudsboemzaadjes en enkelbloemige Afrikaantjes aan hangen.

Zakjes vol met eigen verzamelde zaadjes.

Nog even een duidelijke foto van de tomatensoorten die ik heb. Ieder zakje heeft zo’n 10 zaadjes. Verder heb ik ook nog Marketmore, een lekkere snackkomkommer en Hokai pompoenzaadjes.

Tomatenzaadjes in pakjes.

Hazelaar, de Vroege Voorjaarsbode

De Hazelaar is een van die struiken die heel vroeg in het voorjaar bloeien. Je kunt de lange gele katjes al van verre zien hangen terwijl de sneeuw er nog onder ligt.

Ze hebben mannelijke en vrouwelijke bloemen. De lange gele pluimen, de katjes, zijn de mannelijke bloemen. Voor de vrouwelijk bloemen moet je de plant echt van dichtbij gaan bekijken. Het zouden kleine onooglijke bloemetjes zijn, ware niet dat ze de aandacht vragen met hun magenta roze/rode kleur.

Ik heb geprobeerd ze goed op de foto te krijgen maar voor een duidelijkere studie heb ik ze getekend. Door het tekenen krijg ik een duidelijker beeld van een plant. Het helpt me om beter te kijken en de structuur te doorgronden. Vaak komen de geobserveerde structuren terug in mijn sieraden.

Corylus avellana, een veel voorkomende struik in Limburg, Nederland.
Hazelaar (Corylus avellana) met de groen/gele katjes en magenta rode stempels van de vrouwelijke bloempjes.
Tekening van Corylus avellana met vrouwelijke bloemen.
Een schets met de nadruk op de magenta bloemstempels.

Achterin de tuin heb ik in 2018 een Hazelaar geplant. De Corylus avellana ‘Gunslebert’. In 2019 is er een Corylus avellana ‘Nottingham Frühe’ bij gekomen. Hopelijk gaan die in de toekomst lekkere hazelnoten leveren.

MOOC oftewel de lol van Leren

Ik vind het heerlijk om in de avonduren een interessante cursus te doen zonder dat ik daar de deur voor uit moet. Mijn favoriete vorm is de MOOC, dat staat voor Massive Open Online Courses, en wordt vaak gegeven door gerenommeerde universiteiten zoals Harvard, Oxford, TUdelft, en Sorbonne (om er maar eens ‘n paar te noemen).

Iedereen mag zich inschrijven en de deelname is meestal gratis. Je vindt die programma’s op site’s zoals coursera.org en edX.org.

Elke cursus op Coursera of edX is opgedeeld in weekmodules die ook weer onderverdeeld zijn in hapklare brokjes. Daardoor is het heel verleidelijk om “nog een” filmpje of animatie met uitleg te doen. Al spelenderwijs heb ik in de laatste jaren heel veel geleerd.

De eerst MOOC die ik ooit gevolgd heb, in 2015, was Learning How to Learn van Dr. Barbera Oakley. Die is de basis geweest voor de rest van veel onderwerpen die ik koos. In deze cursus leer je hoe je het beste nieuw kennis kunt aanleren door je kennis over je eigen brein te vergroten. Ik kan hem je van harte aanbevelen 🙂

Samenvattingen van de Learning how tot learn cursus op coursera.
Vier samenvattingen, die ik zelf heb gemaakt, van de boeiende Learning How to Learn cursus. Dit deel je met andere cursisten die je feedback geven. Je moet zelf ook feedback aan andere geven waardoor je ziet dat iedereen de informatie weer anders verwerkt. Dat vond ik bij deze cursus het allerleukste.
Leaflets van de cursus

Recent heb ik een hele serie afgerond die te maken had met voeding. Doordat ik zoveel bezig ben met voedsel verbouwen en preserveren wilde ik meer weten. Tot mijn grote vreugde heeft de universiteit van Wageningen daar een geweldige serie over.

De eerste die ik uitkoos was Macronutrients & Overnutrition. Hierin worden de drie grootste voedingsgroepen behandeld. Te weten vetten, koolhydraten en eiwitten. Helder gestructureerd wordt door hun professoren in duidelijke video’s de meest recente kennis gedeeld. Hierdoor begrijp ik nu veel beter wat erop de etiketten van de verpakkingen staat en kan ik betere keuzes te maken voor mijn dagelijkse boodschappen.

Bladzijde uit mijn aantekeningen schrift macronutrients.
Een bladzijde uit mijn aantekeningen.

Vroeger was biologie mijn favoriete vak op de HAVO, door deze MOOC komt latente kennis weer boven drijven en wordt verder uitgebreid. Door de prettige manier van lesgeven heb ik vervolgens ook de Micronutrients & Malnutrition cursus gevolgd. Een uitgebreide uitleg over vitamines en mineralen en wat die allemaal doen in je lichaam. Met deze kennis gewapend ben ik veel beter toegerust om in de supermarkt weerstand te bieden tegen de misleidende reclame voor ongezonde producten.

Deze cursussen zijn zeker niet de laatste die ga volgen. Universiteit Wageningen heeft meer boeiende onderwerpen zoals:
Nutrition and Health: Food Risks
Nutrition and Health: Human Microbiome
Nutrition, Heart Disease and Diabetes
Nutrition and Cancer
Nutrition, Exercise an Sports

Bladzijde uit mijn aantekeningen schrift macronutrients.

Indien jij ook programma’s volgt online ben ik nieuwsgierig welke dat zijn. Dus laat ze gerust achter met links in de commentaren.

edit: Tip van Anne Marie van Practiqal, een Nederlandse site over hoe je brein werkt op leer.tips

Aanleg van de Vijver

Sinds ik van mijn achterste grasveld een permacultuur paradijs aan het maken ben, moest er ook een vijver komen. Een poeltje met water is ideaal om de biodiversiteit te vergroten. Denk aan waterplanten, oeverplanten en natuurlijk kikkers of libellen.

De kikkers kunnen me helpen in de moestuin met bijvoorbeeld slakken bestrijding.

Stenen kikker bij de nieuwe vijver
Nu maar hopen dat ie snel broertjes & zusjes krijgt!

Doordat er veel zand vrij komt bij het graven heb ik meteen een tweede hugelcultuurbed erbij bedacht. (Over de eerste kun je terug lezen in de Houtbed-post)

Aan de noordkant van de vijver komt de heuvel met daarin allemaal hout en plantendelen die mogen weg rotten de komende tien jaar. Terwijl ze dat doen geven ze voedselstoffen af aan de planten erboven. Ook zal daardoor de temperatuur van dit bed wat hoger zijn, dat is fijn in de winter tegen vorst.

De zon kan via het water de vijverkant van de heuvel ook nog extra verwarmen. Vooral als ik er een paar grote zwarte stenen in stop voor hitteopvang.

Ik wil gaan kijken of ik mijn citroenplanten in de volle grond kan houden op deze manier. Tijd zal het leren of dit gaat werken.

Start van het graven van de vijver.
Het begin van het graafwerk is er. Achter de schep zie je mijn snoeihout liggen dat bedolven wordt onder het zand van de vijver. De witte pijl wijst op de plek waar ik sta voor de “van boven” foto’s.

Maar eerst moet nu de vijver gemaakt worden. Daarvoor neem ik gewoon de schep te hand om hem uit te graven. Elke dag een beetje, daar heb ik geen graafmachine voor nodig. Op deze manier kan ik goed nadenken hoe ik het wil maken en kan ik bijsturen indien nodig. Heerlijk met de handen weer in de aarde.

Het is mijn herfstproject voor 2019 geweest. In 2018 heb ik mijn labyrint gemaakt en daar ben ik nog steeds heel happy mee.

Aanleg vijver.
De omtrek van de vijver staat vast, ‘t wordt een soort oestervorm.
De vijver van bovenaf gezien.
Nog een foto van bovenaf terwijl ik op de berg sta. Je ziet hier goed de opbouw van de hugelkulturwal. Snoeihout, grasmaaisel, compost, houtsnippers… alles wat ik nog had liggen. ‘t was een mooie opruimactie.
Drie verschillende lagen in de vijver.
Dit is de uiteindelijke vorm met drie diepte niveaus en een ondiep moerasgedeelte.
De drie vijverlagen van dichtbij.
Het diepste punt is 90 cm, dan 40 cm en 10 cm.
De vijverrubber in het gat gelegd.
Het vijverrubber gaat erin. Dit had ik online besteld, handig.
Het eerste water gaat in de vijver.
Het eerste regenwater uit onze ICB container gaat erin. Dit was pas 200 liter.
De vijver zoals ie er in januari 2020 uitziet.
De vijver zoals ie er in januari 2020 uitziet. Met een licht ijslaagje. Voor het vullen had ik 1000 liter water nodig. Precies de inhoud van onze regenwateropvangcontainer (mmmm… mooi scrabble woord 😉 )

Een website waar ik veel informatie vandaan gehaald heb is Iris Garden Ecology, een fijne blog met veel praktisch verhalen.

Bijenwasdoek van ‘n oude blouse

Om minder plastic te gebruiken kreeg ik een tip om bijenwasdoekjes te gebruiken. Doordat de poriën van de katoenen doek door de bijenwas gesloten worden kan lucht niet bij het eten komen. Dus in plaats van plasticfolie drapeer je een doekje geïmpregneerd met bijenwas er omheen. En bijenwas is ook nog eens bacterie- en schimmelwerend.

Kommetje met bijenwasdoek eroverheen.

Het is helemaal niet moeilijk om de bijenwasdoekjes zelf te maken. Ik heb de handleiding gevolgd van Maria de Wit op haar site: bijenwasdoeken maken om bovenstaand doekje te maken.

Katoen is hiervoor ideaal. Ik had nog een oud overhemd liggen van Patrick en dit leek me een perfecte manier van hergebruik. Dit hemd had namelijk een grappig patroontje: allemaal kleine vlindertjes, schattig toch!

Een oude blouse hergebruiken als bijenwasdoek.

Een tijdje geleden had ik een puur natuur bijenwas kaarsje gekregen dat gemaakt was bij de Drakenbijen in Beesel. Dit heb ik au-bain-marie gesmolten en met een kwast op het doekje geschilderd. Daarvoor moest je het doekje wel in de oven opwarmen naar 90 graden, anders stolt de bijenwas te snel.

Katoenendoekjes impregneren met bijenwas.

Het was even wat kliederen maar na het doekje nog een keer in de oven doen was het eindresultaat toch aardig gelukt. Op de rechterfoto zie je een klein beetje het kleurverschil na impregneren met de bijenwas.

Een bijenwasdoekje om een kommetje heen vouwen.

Om te gebruiken vouw je het doekje om je potje of kommetje en met je warme handen modelleer je het strak tegen de randen.

Mocht een doekje vies zijn geworden dan kun je onder de kraan afspoelen en daarna laten drogen. Na verloop van tijd (‘t schijnt dat ze een jaar meegaan met intensief gebruik) verminderd de hoeveelheid bijenwas en herhaal je dit proces.

Bijenwasdoekjes bewaren in een insteekmap.

Om ze te bewaren als ik ze niet gebruik heb ik een oude insteekmap gepakt. Daar heb ik mijn eerste twee doekjes in gestopt en aan de zijkant van een keuken kastje gezet.

Weer een klein stapje dichter bij minder plastic gebruik. 🙂

Saffraan Krokus

Saffraan krokus met de stamperdraden, de saffraan, duidelijk zichtbaar.

Tijdens mijn bezoek aan de Hortus botanicus in Leiden afgelopen augustus zag ik een zakje met vijf saffraan krokussen liggen. Ik kon het niet laten liggen.

Thuis heb ik ze meteen volgens de instructie geplant (10 cm uit elkaar en 10cm diep). Het zijn herfstbloeiers die ieder jaar terug komen. Veel informatie heb ik van de Sativus website afgehaald: De teelt van Saffraan.

Saffraan krokus handleiding van Hortus botanicus Leiden.

In oktober zag ik ineens wat groene sprietjes tevoorschijn komen. Een weekje later een bloemknop, mooi verscholen tussen het groen.

Saffraan krokus die net begint te groeien.

Binnen een dag was die open en liet de krokus zijn donkerrode saffraandraadjes zien.

Saffraan draadjes net voor het oogsten.

Met een klein nagelschaartje heb ik voorzichtig de saffraan eruit geknipt. Ik wilde niet de hele bloem oogsten, zo kon ik nog van de prachtige kleuren genieten.

Saffraan draadjes net geoogst.

Na het drogen en een maand luchtdicht en in het donker fermenteren kan ik het gebruiken in de keuken. Ik wil er de kleurrijke paella van maken.

Saffraan krokus net na de oogst.

Okara Koolrolletjes met Geitenkaas

Okara is gemalen sojabonen die gekookt zijn. Het is een restproduct van het maken van sojamelk voor de tofu bereiding. Het is geen gebruikelijk ingrediënt dat je in de winkel kunt vinden. Sinds ik mijn eigen tofu maak heb ik deze eiwittenvoedingsstof leren waarderen.

Groene koolblaadjes gevuld met okara, walnoten, geitenkaas, rozijnen en kruiden.
Okara groene kool rolletjes.

Afgelopen week had ik twee vriendinnen op bezoek om te komen eten. Een ervan is vegetariër en was nog niet bekend met okara. Een prima reden om zelf weer tofu te maken en haar te laten proeven.

Okara had ik vaak gebruikt om er smakelijke vegaburgers van te maken. Deze keer wilde ik wat anders. Aangezien ik een paar mooie groene kolen in de tuin heb staan leek me gevulde koolblaadjes een goede oplossing.

Groene kool uit mijn groentetuin.
Mooie groene kool in een van mijn verhoogde groentebedden.

Ik vind het leuk om mijn creativiteit ook in de keuken te gebruiken. De niet alledaagse recepten vallen meestal wel in de smaak bij mijn bezoek, althans dat zeggen ze 🙂

Het valt bij mij onder het hoofdstuk “dagelijkse creativiteit”. Iets wat in de laatste decennia niet zo gewaardeerd werd. Gelukkig is het bezig aan een come-back. En daar draag ik graag een steentje aan bij.

Tofu heb ik leren maken door een recept uit het magazine OneWorld. Het oorspronkelijke artikel lees je hier: Tofu, en dan lekker.

Het begint allemaal met het laten weken van de sojabonen:

Sojabonen die net geweekt zijn.
500 gram sojabonen die net 16 uur in 2 liter water geweekt hebben.
Sojabonen pureren.
Sojabonen beetje bij beetje fijn malen met wat water. Dat gaat in een grote ketel. Je ziet het vocht rechts al ontsnappen.
Sojabonen worden gepureerd met de staafmixer.
Ik pureer de pulp met de staafmixer nog verder klein. Nu moet het onder voortdurend roeren 5 minuten koken. Let op, het koekt nogal snel aan. Vervolgens zeef je dit met een kaasdoek in een vergiet. Wat in het vergiet blijft is okara: de gemalen en gekookte sojabonenpuree. Terwijl de temperatuur van de sojamelk 80C is. strem je het met uitgeperste sap van twee citroenen. Roer dit goed door en laat het nu 30 minuten rusten voordat je het in de tofuvorm schept.
Tofu persbakje met de gestremde sojamelk.
De gestremde sojamelk schep je in een tofu persbakje (zelf gemaakt door gaatjes te boren in een plastic bakje) waar een kaasdoek in ligt om uit te lekken.
Tofu persen door een zwaar gewicht erop te zetten.
De tofu pers je nu door er een zwaar gewicht erop te zetten. Laat dit minstens 30 minuten staan. Nu pak je een grote bak met water waar je de kaasdoek met tofu in legt. Haal de doek er voorzicht af en bewaar in licht gezouten water in de ijskast. Maar vers eten is natuurlijk het lekkerste.
Tofublok in water
Tofublok in gezouten water. Je ziet het reliëf van de kaasdoek.
Mengsel van okara, stukjes tomaat, walnoten, rozijnen, geitenkaas en kruiden.
Dit is mijn mengsel van okara, stukjes tomaat, walnoten, rozijnen, geitenkaas en kruiden. Dit gebruik ik om de geblancheerde groene koolbladen mee te vullen. Dit gaat in een ovenschaal met zelf gemaakte tomatensaus erover.
Okara groen kool rolletjes met geitenkaas en tomatensaus uit de oven.
Bij de okara groene koolrolletjes komt boekweit met tofu. Een heerlijk, voedzaam gerecht. Bon appetit!

Overvloed in de Moestuin

Cornucopia!

Een tafel vol met oogst.

De beloning van al het werk in de lente. Geduldig gewacht totdat het zaad dat geplant was, vrucht draagt.

Ik kan winkelen in eigen tuin 🙂

Aubergine, tomaten, courgettes, pruimen, appels, augurken, bessen, broccoli, pompoen, paprika en aardappelen. Het houdt niet op.

Mijn tuin lijkt rommelig, alle planten staan kris kras door elkaar. Het is geen doorsnee tuiniers plekje met rechte rijtjes en geschoffelde stukken.

In tegendeel! Ik zorg ervoor dat ik elk stukje vol gegroeid is en de aarde bedekt met stro, compost of houtsnippers. Dat helpt de verdamping tegengaan en zorgt ervoor dat de grond los blijft.

Daardoor is het elke dag weer een feest wat ik in de tuin ga vinden.

Zoals ook de aardappelen. Dit jaar kom ik aan ongeveer 10 kilo aardappelen. Met al die droogte toch nog een respectabel gewicht.

Of de augurkjes, waarvan ik dit jaar 6 planten had. Ze deden het helaas wat minder. Toch heb ik zo’n 8 potten kunnen inmaken. Lekker als zoet/zuur.

De tomaten oogst overtreft echter al mijn verwachtingen. In mijn kleine mini-kas passen 9 planten. Sinds half juli kan ik iedere week wel 2 tot 3 kilo tomaten plukken.

Soms zitten daar joekels van vruchten tussen zoals deze Liguria van 441 gram!

Een en ander gebruik ik voor de maaltijden, maar er is veel meer dan wij op kunnen. Daarom maak ik in. In glazen potjes stop ik de ingekookte vruchtgroente zodat ik midden in de winter een pizza kan beleggen met bijvoorbeeld een heerlijke tomatensaus.

Augustus was daardoor een drukke maand. Toch heb ik hiervan geen spijt want ik weet dat ik voor de komende winterperiode zonnestralen in glas heb gevangen!

Appelmoes, tomatensaus en pittige pizzasaus. Klaar om in de voorraadkast gezet te worden.

Watertekort oplossen met een Olla

Noodgedwongen door de droogte hier in Limburg moet ik gaan nadenken over mijn watergeef strategie. Door gebruik te maken van ‘n bekende permacultuur techniek, het mulchen, zorg ik er al voor dat er minder water verdampt. Het afdekken met hooi materiaal zorgt er ook voor dat er op lange termijn meer humus in de grond komt. Meer humus in de grond zorgt ervoor dat die grond beter water kan vasthouden. Dat is ook een van de belangrijkste redenen dat ik zoveel compost nodig heb. Compost kun je namelijk ook als mulch laag gebruiken.

Een andere strategie is water verzamelen. Eén blauwe waterton was al op de boerderij aanwezig. Onze binnenplaats planten worden hiermee voorzien. In de loop van de jaren heb ik elke keer als ik een grote ton kon krijgen die meegenomen. Daardoor heb ik nu in totaal al vier regentonnen staan.

Als de linkse regenton vol is loopt via het witte slangetje het overtollige water naar de rechtse regenton. Zo kan ik met één goot twee tonnen vullen. Goed voor 380 liter regenwater. Links langs de rode muur is de doorgang naar de groentetuin. Ongeveer 20 meter verwijderd van de watertonnen.

Helaas zijn die 4 regentonnen niet genoeg voor deze zomer. Op woensdag 17 juli heb ik met kraanwater een uur lang gieters gesjouwd om mijn permanente groentebedden te voorzien van water. Dat is dan wel gratis sportschool, maar leuk is anders.

Afgelopen zaterdag, 20 juli, viel gelukkig de lang verwachte regenbui. Wel 8 mm waardoor 3 regentonnen zo goed als gevuld werden. Het was heerlijk om in de kas naar het getik op de ruiten te luisteren.

Sinds een tijdje ben ik me aan het verdiepen in een oude techniek. Het gaat om een terracotta pot met deksel die Olla wordt genoemd. Deze graaf je tot de hals in, vul je met water en dan doe je de deksel erop. De aardewerken potten zijn licht poreus omdat ze niet op hoge temperaturen gebakken worden. Daardoor kan water door middel van osmose naar de aarde sijpelen. Plantenwortels zoeken naar vocht en groeien als het waren naar zo’n pot toe.

De wetenschapper David A. Bainbridge heeft er in zijn academische studie Super-efficient irrigation with buried clay pots veel onderzoek naar gedaan.

Als experiment heb ik ‘n oude aardewerken bloempot, waarvan ik ‘t gat met een kurk heb dicht gemaakt, bij de kweepeer ingegraven. Een schaaltje heb ik omgedraaid en als deksel gebruikt. Iedere 5 á 6 dagen vul ik de pot bij.

Voordat ik dit gedaan had stond de boom er een beetje verlept bij. Na drie weken kan ik concluderen dat dit bijzonder goed werkt. De kweepeer staat er nu veel beter bij, het blad is niet meer verlept en heeft een mooie donker groene kleur.

Hier zie je de kleipot in de grond zitten. De deksel ligt erboven en wordt na het maken van de foto op de pot gelegd.

Composteren, de Snelle Berkeley Methode

Mijn tuin is een gesloten kringloop. Al het plantaardig afval gaat gewoon weer terug in de composthoop om te verteren. Na verloop van tijd komt het als voedsel op de groentebedden terecht en wordt het omgezet in gezonde groenten.

Het is nogal wat werk om in korte tijd compost te maken maar ik vind het de moeite waard. Hiervoor gebruik ik ‘n techniek die bekend staat als de Berkeley methode.

In de jaren ’70 ontwikkeld door Robert D. Raabe, Professor van Plant Pathology, aan de Universiteit van California, Berkeley. Hij noemde het de “snelle composteer methode” en is gebaseerd op het stimuleren van hitte-liefhebbende bacteriën in de hoop die voor de snelle vertering zorgen.

Als ik de hoop ga bouwen, dan begin ik de dag van te voren met het verzamelen van heel veel vers groenafval. Zoals het maaisel van gras, klein geknipte brandnetels, snoeiafval en andere onkruid dat ik kan vinden op ons terrein.

Op de dag zelf haal ik vier kruiwagens mest bij de overbuurvrouw. Verder heb ik nog veel droog afval nodig zoals bladafval en takkenstukjes. Die verzamel ik door het jaar heen vlakbij de composthoop.

Vervolgens ga ik laag voor laag de hoop opbouwen. Naar gelang het jaargetijde moet er veel, dan wel weinig water bij. In de zomer gaan er wel acht volle gieters water op.

Na vier dagen is het tijd om de composthoop voor de 1e keer om te zetten. Het proces is nu in gang gezet. Hij is inderdaad al een beetje warm, maar nog niet zoveel als hij de 8ste dag zal zijn. Dan loopt de temperatuur op tot 67 graden Celsius.

Daar kun je je hand niet op leggen hoor, dat is echt te warm.

De verzameling compostmaterialen wordt langzamerhand een egale bruine kleur. Nog een paar daagjes en dan is de temperatuur flink omlaag gegaan en zul je zien dat pissebedden en wormen de hoop weten te vinden. Dat is ook het moment dat je de vruchtbare compost over de groentebedden kunt gaan verdelen.

Wil je zelf ook zo’n composthoop gaan maken? Dan is deze compost blog van Maria op de Harmony center site misschien wel wat voor jou. In duidelijke taal vertelt ze in ‘t Nederlands hoe zij haar Berkeley composthoop opbouwt.