De gevreesde IJsheiligen

Begin mei moet ik altijd op m’n handen blijven zitten om te voorkomen dat ik te vroeg de planten, die ik gezaaid heb, uit plant. Door het prachtig voorjaars-weer ben ik toch ongeduldig geweest. Vandaar dat een paar warmteminnende zaailingen al in de volle grond stonden.

En dat heb ik geweten!

Op 11, 12, 13 en 14 mei kwamen de ijsheiligen voorbij. Die gooiden roet in het eten. Er werd nachtvorst voorspeld met temperaturen van -3 graden, en daar verschrompelen jonge planten van.

Komkommer en aardappel plant met rijp.
Links de komkommer en rechts een aardappelplant om half zeven ‘s morgens. Allebei bevroren omdat ik ze vergeten was af te dekken.

Dus heb ik mijn beschermende spullen tevoorschijn gehaald. Met lakens, vliesdoeken, stolpen en hooi/bladeren probeer ik dan mijn kou vrezende planten te redden. Het is even wat werk maar dat vind ik het wel waard.

Helaas had ik twee planten vergeten, die kreeg de nachtvorst te pakken.

Een komkommer en aardappel plant met vorstschade.
De linker komkommerplant is verloren. Die is te veel beschadigd. De rechter aardappelplant gaat het wel redden. Die loopt alleen wat groei achterstand op.

Gelukkig heeft de rest het wel gered dankzij de beschermende maatregelen:

Courgette onder een beschermende stolp.
Gele courgette onder de beschermende stolp.
Courgette plant.
De courgette ziet er goed uit, niks bevroren 🙂
Pompoenplanten onder een beschermende doek tegen de nachtvorst van de ijsheiligen.
Onder de oude lakens staan verschillende pompoenplanten.
Komkommer onder een beschermende stolp.
Komkommers onder de stolpen.
Komkommerplant.
Deze augurk gaat het ook redden. Als het dadelijk warm wordt gaat die snel groeien.

Volgend jaar toch maar weer braaf wachten tot het 15 mei is!

Verspenen van de zaailingen

Sinds 16 maart, het moment dat de Covid-19 maatregelen ingesteld werden, ben ik vooral in de tuin bezig geweest. April is zowiezo de maand waarin ik het meeste zaai en verplant, echter dit voorjaar gebruik ik het ook om mezelf af te leiden. Natuurlijk probeer ik me te informeren maar ik waak ervoor niet bovenmatig veel met nieuws bezig te zijn. Het helpt me om met twee voeten op de grond te blijven staan. Werken in de tuin is gewoon een hele fijne manier om me te verankeren.

De plantjes van februari en maart zijn nu zo groot geworden dat ze verspeent moeten worden. Daarvoor zoek ik alle potjes bij elkaar. In de schuur, in de kas, en de houten loods. Het zijn er gelukkig voldoende.

De tomaten zijn als eerste aan de beurt. Ze waren al uitgegroeid tot wat slungelige plantjes. Nu ze in nieuwe grond terecht komen worden ze meteen steviger. Plus je kunt ze wat dieper planten!

Tomaten die net om geplant zijn.
De bovenste foto is als de tomaten net verplant zijn. Het ziet er dan zo miezerig uit dat ik altijd denk dat ze het niet gaan halen. De onderste foto is na twee weken gemaakt. Het zijn stevige plantjes geworden met meerdere blaadjes. Deze gaan het wel redden.
tomaten die verplant zijn.

De volgende die groter gaan wonen zijn de pepertjes, paprika’s en de aubergines. Van elk heb ik twee soorten. Het plan is om dit jaar zelf sambal te gaan maken. Ik ben benieuwd of dat gaat lukken.

Voor het verspenen gebruik ik biologische potgrond die ik goed vochtig maak zodat de plantjes zaailingen geen al te grote schok krijgen. Ik vermeng het met zelf gemaakte compost van afval uit eigen tuin. Zo creëer ik een bijna gesloten kringloop in mijn tuin.

Ik heb dit jaar flink meer gezaaid en ben ook nog lang niet klaar. In mei zaai ik de maïs, de tweede lichting courgettes, pompoenen, augurken en meloen. Hieronder enkele courgette planten klaar om in een grote pot te zetten.

Courgettes klaar om te gaan verspenen.

Van sommige zaadjes die ik uitgedeeld heb uit mijn vorige blog, kreeg ik bericht. Bij Ria waren de pompoenen goed uitgekomen en al verspeent. Leuk om te zien hoe iedereen ermee aan de slag is gegaan. In totaal hebben 10 mensen er gebruik van gemaakt. Vond ik best veel!

De zaadjes van Ria in een bak.
De zaailingen van Ria in een zaaibed.

Ik besef hoeveel mazzel ik heb met zo’n grote tuin waar ik kan doen en laten wat in me opkomt. Het geeft me rust in mijn hoofd en helpt me deze vreemde tijd zonder kunstmarkten en exposities te overbruggen.

Blijf gezond en tot de volgende keer X

Helga in de kas bij haar plantjes.

Paardenbloem siroop

Mijn grasveld staat er momenteel vol mee. Stralend gele bloemen die met open armen de warmte van de zon verwelkomen.

Ik heb het natuurlijk over de paardenbloemen.

Verguisd bij veel monocultuur grasliefhebbers, maar ik weet wel beter. Deze alledaagse bloem heeft geneeskrachtige en culinaire eigenschappen en ziet er ook nog eens mooi uit.

Een paardenbloem van knop tot wegblaas pluisjes.

Je kunt de jonge blaadjes in je salade bijmengen. Wortels worden geroosterd en gemalen als koffie vervanger gebruikt. Van de bloemen kun je een lekkere siroop maken.

Dit doe ik al enkele jaren. Met die siroop meng ik een kruidige, licht bittere limonade. De twee flesjes redden het tot mei wanneer ik de vlierbloesemsiroop kan maken.

Zo heeft bij mij elk seizoen z’n eigen smaak.

Honderd paardenbloemen op een blauwe handdoek.

Paardenbloem siroop maken is heel eenvoudig.

Ik begin met het plukken van 100 onbespoten schone paardenbloemen. Liefst ‘s morgens nadat de dauw weg is. Met een schaar knip ik het groene kontje eraf. Een halve onbespoten citroen in dunne schijfjes snijden, boven op de lintbloemen leggen en 400 ml water toevoegen. Even één minuut koken dan afkoelen.

Paardenbloemen die met citroen tot siroop verwerkt worden.

‘s Avonds zeef ik alles door een neteldoek en vang het vocht op in een pannetje. Daar gaat 200 gram suiker bij. Tien minuten opkoken en meteen bottelen in super goed schoongemaakte flesjes.

Paardenbloem siroop in schulp flesjes.

De eerste asperge van ‘t seizoen

In 2018 heb ik dertig aspergeplanten in mijn tuin neer gezet.
Dat was best veel werk. Ik heb daarover verteld in de blog Asperge.

Vandaag was, na twee jaar, dan eindelijk het moment aangebroken dat ik de vruchten van m’n harde werk kon oogsten. Er waren asperges die gestoken konden worden.

Kleine witte puntjes staken uit de aarde wal te voorschijn. Door voorzichtig uitgraven werd de onderkant van de asperge bloot gelegd. Dan kan ik het met een speciaal asperge mes steken.

Asperge die net boven de grond uitkomt.

In maart heb ik zwart plastic over de aarde wal gelegd. Dat zorgt ervoor dat de grond snel warm wordt en de asperges snel gaan groeien.

Daardoor had ik vandaag maar liefst veertien stengels 🙂

En trots dat ik was!

De volledige asperge oogst van 5 april

Diezelfde dag werden ze geschild en verwerkt op de meest klassieke manier: met gerookte ham, gekookt ei en een beetje echte boter.

Dat was smullen!

Een bord vol met asperges, ei en ham.

Lente = Zaaitijd

De zon schijnt en het is al maart.

Tijd om buiten te gaan zaaien!

Ik was natuurlijk al in februari binnen begonnen met aubergine’s, paprika’s, pepertjes en tomaten. Dat doe ik binnen op de vensterbank in kleine minikasjes. Daar worden ze helemaal vertroetelt door mij.

De eerste zaadjes in de grond.

Dit jaar heb ik van elke soort 6 zaadjes geplant. Als ik uiteindelijk van ieder 2 planten overhoud ben ik tevreden. Planten die over zijn vinden over ‘t algemeen makkelijk nieuwe ouders 🙂

paprika zaailingen.

Na een maand zien de pepertjes en paprika’s er zo uit. In april kan ik ze in grote potjes verspenen.

Tomaten zaailingen.

De tomaten had ik op 8 maart gezaaid. Toen ik terug was van Engeland (een week later) stonden ze al 3 cm hoog boven de grond. Die hadden er echt zin in. Nu staan ze in ‘t mooie lente weer ‘n beetje lucht aan het happen. Dan kunnen ze een beetje afharden anders worden het veel te fragiele plantjes.

Tuinkas, koude kas en groentebedden.

Hierboven zie je mijn kleine kas, 2 koude kas zaaibedden (1 m2) en 6 groentebedden (3 m2). Hiermee kan ik heel wat groenten kweken in een jaartje tijd. Vanaf dit jaar ga ik me ook houden aan een 6 bed wisselschema. Dat betekent dat een plantensoort maar 1 keer in de 6 jaar op dezelfde plek komt te staan. Hiermee wil ik mijn grond gezond en vruchtbaar houden.

Een gedeelte van de zaadjes heb ik al te voorschijn gehaald. De komende weken heb ik het druk. Zand in potjes doen, zaadjes erin, water geven en elke dag even kijken of ze niet al boven de grond uit komen.

Zakjes vol met zaadjes.

Ben je nog nieuw op het gebied van zelf je plantjes opkweken en wil je zelf aan de slag? Dan kan ik je twee websites van harte aanbevelen:

De eerste is van Kees, hij blogt op De Boon in de Tuin. Een vrolijke site met veel informatie van een enthousiaste tuinier: Voorzaaien moestuin Tips.

De andere site is van Diana, een werkelijk encyclopische verzameling. Ze blogt onder de naam Diana’s Mooie Moestuin. In de blog Algemene Zaai-informatie verteld ze wat je wel en juist niet moet doen. Aanrader!

Wil je nu gaan zaaien, dan heb ik een kleine weggeef actie voor jou. In zelf gevouwen zakjes stop ik 10 tomatenzaadjes. Er staat op geschreven welke soort erin zit. Deze hang ik aan mijn minibieb in Beesel (Ouddorp). Voor liefhebbers kan ik er ook Goudsboemzaadjes en enkelbloemige Afrikaantjes aan hangen.

Zakjes vol met eigen verzamelde zaadjes.

Nog even een duidelijke foto van de tomatensoorten die ik heb. Ieder zakje heeft zo’n 10 zaadjes. Verder heb ik ook nog Marketmore, een lekkere snackkomkommer en Hokai pompoenzaadjes.

Tomatenzaadjes in pakjes.

Aanleg van de Vijver

Sinds ik van mijn achterste grasveld een permacultuur paradijs aan het maken ben, moest er ook een vijver komen. Een poeltje met water is ideaal om de biodiversiteit te vergroten. Denk aan waterplanten, oeverplanten en natuurlijk kikkers of libellen.

De kikkers kunnen me helpen in de moestuin met bijvoorbeeld slakken bestrijding.

Stenen kikker bij de nieuwe vijver
Nu maar hopen dat ie snel broertjes & zusjes krijgt!

Doordat er veel zand vrij komt bij het graven heb ik meteen een tweede hugelcultuurbed erbij bedacht. (Over de eerste kun je terug lezen in de Houtbed-post)

Aan de noordkant van de vijver komt de heuvel met daarin allemaal hout en plantendelen die mogen weg rotten de komende tien jaar. Terwijl ze dat doen geven ze voedselstoffen af aan de planten erboven. Ook zal daardoor de temperatuur van dit bed wat hoger zijn, dat is fijn in de winter tegen vorst.

De zon kan via het water de vijverkant van de heuvel ook nog extra verwarmen. Vooral als ik er een paar grote zwarte stenen in stop voor hitteopvang.

Ik wil gaan kijken of ik mijn citroenplanten in de volle grond kan houden op deze manier. Tijd zal het leren of dit gaat werken.

Start van het graven van de vijver.
Het begin van het graafwerk is er. Achter de schep zie je mijn snoeihout liggen dat bedolven wordt onder het zand van de vijver. De witte pijl wijst op de plek waar ik sta voor de “van boven” foto’s.

Maar eerst moet nu de vijver gemaakt worden. Daarvoor neem ik gewoon de schep te hand om hem uit te graven. Elke dag een beetje, daar heb ik geen graafmachine voor nodig. Op deze manier kan ik goed nadenken hoe ik het wil maken en kan ik bijsturen indien nodig. Heerlijk met de handen weer in de aarde.

Het is mijn herfstproject voor 2019 geweest. In 2018 heb ik mijn labyrint gemaakt en daar ben ik nog steeds heel happy mee.

Aanleg vijver.
De omtrek van de vijver staat vast, ‘t wordt een soort oestervorm.
De vijver van bovenaf gezien.
Nog een foto van bovenaf terwijl ik op de berg sta. Je ziet hier goed de opbouw van de hugelkulturwal. Snoeihout, grasmaaisel, compost, houtsnippers… alles wat ik nog had liggen. ‘t was een mooie opruimactie.
Drie verschillende lagen in de vijver.
Dit is de uiteindelijke vorm met drie diepte niveaus en een ondiep moerasgedeelte.
De drie vijverlagen van dichtbij.
Het diepste punt is 90 cm, dan 40 cm en 10 cm.
De vijverrubber in het gat gelegd.
Het vijverrubber gaat erin. Dit had ik online besteld, handig.
Het eerste water gaat in de vijver.
Het eerste regenwater uit onze ICB container gaat erin. Dit was pas 200 liter.
De vijver zoals ie er in januari 2020 uitziet.
De vijver zoals ie er in januari 2020 uitziet. Met een licht ijslaagje. Voor het vullen had ik 1000 liter water nodig. Precies de inhoud van onze regenwateropvangcontainer (mmmm… mooi scrabble woord 😉 )

Een website waar ik veel informatie vandaan gehaald heb is Iris Garden Ecology, een fijne blog met veel praktisch verhalen.

Saffraan Krokus

Saffraan krokus met de stamperdraden, de saffraan, duidelijk zichtbaar.

Tijdens mijn bezoek aan de Hortus botanicus in Leiden afgelopen augustus zag ik een zakje met vijf saffraan krokussen liggen. Ik kon het niet laten liggen.

Thuis heb ik ze meteen volgens de instructie geplant (10 cm uit elkaar en 10cm diep). Het zijn herfstbloeiers die ieder jaar terug komen. Veel informatie heb ik van de Sativus website afgehaald: De teelt van Saffraan.

Saffraan krokus handleiding van Hortus botanicus Leiden.

In oktober zag ik ineens wat groene sprietjes tevoorschijn komen. Een weekje later een bloemknop, mooi verscholen tussen het groen.

Saffraan krokus die net begint te groeien.

Binnen een dag was die open en liet de krokus zijn donkerrode saffraandraadjes zien.

Saffraan draadjes net voor het oogsten.

Met een klein nagelschaartje heb ik voorzichtig de saffraan eruit geknipt. Ik wilde niet de hele bloem oogsten, zo kon ik nog van de prachtige kleuren genieten.

Saffraan draadjes net geoogst.

Na het drogen en een maand luchtdicht en in het donker fermenteren kan ik het gebruiken in de keuken. Ik wil er de kleurrijke paella van maken.

Saffraan krokus net na de oogst.

Overvloed in de Moestuin

Cornucopia!

Een tafel vol met oogst.

De beloning van al het werk in de lente. Geduldig gewacht totdat het zaad dat geplant was, vrucht draagt.

Ik kan winkelen in eigen tuin 🙂

Aubergine, tomaten, courgettes, pruimen, appels, augurken, bessen, broccoli, pompoen, paprika en aardappelen. Het houdt niet op.

Mijn tuin lijkt rommelig, alle planten staan kris kras door elkaar. Het is geen doorsnee tuiniers plekje met rechte rijtjes en geschoffelde stukken.

In tegendeel! Ik zorg ervoor dat ik elk stukje vol gegroeid is en de aarde bedekt met stro, compost of houtsnippers. Dat helpt de verdamping tegengaan en zorgt ervoor dat de grond los blijft.

Daardoor is het elke dag weer een feest wat ik in de tuin ga vinden.

Zoals ook de aardappelen. Dit jaar kom ik aan ongeveer 10 kilo aardappelen. Met al die droogte toch nog een respectabel gewicht.

Of de augurkjes, waarvan ik dit jaar 6 planten had. Ze deden het helaas wat minder. Toch heb ik zo’n 8 potten kunnen inmaken. Lekker als zoet/zuur.

De tomaten oogst overtreft echter al mijn verwachtingen. In mijn kleine mini-kas passen 9 planten. Sinds half juli kan ik iedere week wel 2 tot 3 kilo tomaten plukken.

Soms zitten daar joekels van vruchten tussen zoals deze Liguria van 441 gram!

Een en ander gebruik ik voor de maaltijden, maar er is veel meer dan wij op kunnen. Daarom maak ik in. In glazen potjes stop ik de ingekookte vruchtgroente zodat ik midden in de winter een pizza kan beleggen met bijvoorbeeld een heerlijke tomatensaus.

Augustus was daardoor een drukke maand. Toch heb ik hiervan geen spijt want ik weet dat ik voor de komende winterperiode zonnestralen in glas heb gevangen!

Appelmoes, tomatensaus en pittige pizzasaus. Klaar om in de voorraadkast gezet te worden.

Watertekort oplossen met een Olla

Noodgedwongen door de droogte hier in Limburg moet ik gaan nadenken over mijn watergeef strategie. Door gebruik te maken van ‘n bekende permacultuur techniek, het mulchen, zorg ik er al voor dat er minder water verdampt. Het afdekken met hooi materiaal zorgt er ook voor dat er op lange termijn meer humus in de grond komt. Meer humus in de grond zorgt ervoor dat die grond beter water kan vasthouden. Dat is ook een van de belangrijkste redenen dat ik zoveel compost nodig heb. Compost kun je namelijk ook als mulch laag gebruiken.

Een andere strategie is water verzamelen. Eén blauwe waterton was al op de boerderij aanwezig. Onze binnenplaats planten worden hiermee voorzien. In de loop van de jaren heb ik elke keer als ik een grote ton kon krijgen die meegenomen. Daardoor heb ik nu in totaal al vier regentonnen staan.

Als de linkse regenton vol is loopt via het witte slangetje het overtollige water naar de rechtse regenton. Zo kan ik met één goot twee tonnen vullen. Goed voor 380 liter regenwater. Links langs de rode muur is de doorgang naar de groentetuin. Ongeveer 20 meter verwijderd van de watertonnen.

Helaas zijn die 4 regentonnen niet genoeg voor deze zomer. Op woensdag 17 juli heb ik met kraanwater een uur lang gieters gesjouwd om mijn permanente groentebedden te voorzien van water. Dat is dan wel gratis sportschool, maar leuk is anders.

Afgelopen zaterdag, 20 juli, viel gelukkig de lang verwachte regenbui. Wel 8 mm waardoor 3 regentonnen zo goed als gevuld werden. Het was heerlijk om in de kas naar het getik op de ruiten te luisteren.

Sinds een tijdje ben ik me aan het verdiepen in een oude techniek. Het gaat om een terracotta pot met deksel die Olla wordt genoemd. Deze graaf je tot de hals in, vul je met water en dan doe je de deksel erop. De aardewerken potten zijn licht poreus omdat ze niet op hoge temperaturen gebakken worden. Daardoor kan water door middel van osmose naar de aarde sijpelen. Plantenwortels zoeken naar vocht en groeien als het waren naar zo’n pot toe.

De wetenschapper David A. Bainbridge heeft er in zijn academische studie Super-efficient irrigation with buried clay pots veel onderzoek naar gedaan.

Als experiment heb ik ‘n oude aardewerken bloempot, waarvan ik ‘t gat met een kurk heb dicht gemaakt, bij de kweepeer ingegraven. Een schaaltje heb ik omgedraaid en als deksel gebruikt. Iedere 5 á 6 dagen vul ik de pot bij.

Voordat ik dit gedaan had stond de boom er een beetje verlept bij. Na drie weken kan ik concluderen dat dit bijzonder goed werkt. De kweepeer staat er nu veel beter bij, het blad is niet meer verlept en heeft een mooie donker groene kleur.

Hier zie je de kleipot in de grond zitten. De deksel ligt erboven en wordt na het maken van de foto op de pot gelegd.

Composteren, de Snelle Berkeley Methode

Mijn tuin is een gesloten kringloop. Al het plantaardig afval gaat gewoon weer terug in de composthoop om te verteren. Na verloop van tijd komt het als voedsel op de groentebedden terecht en wordt het omgezet in gezonde groenten.

Het is nogal wat werk om in korte tijd compost te maken maar ik vind het de moeite waard. Hiervoor gebruik ik ‘n techniek die bekend staat als de Berkeley methode.

In de jaren ’70 ontwikkeld door Robert D. Raabe, Professor van Plant Pathology, aan de Universiteit van California, Berkeley. Hij noemde het de “snelle composteer methode” en is gebaseerd op het stimuleren van hitte-liefhebbende bacteriën in de hoop die voor de snelle vertering zorgen.

Als ik de hoop ga bouwen, dan begin ik de dag van te voren met het verzamelen van heel veel vers groenafval. Zoals het maaisel van gras, klein geknipte brandnetels, snoeiafval en andere onkruid dat ik kan vinden op ons terrein.

Op de dag zelf haal ik vier kruiwagens mest bij de overbuurvrouw. Verder heb ik nog veel droog afval nodig zoals bladafval en takkenstukjes. Die verzamel ik door het jaar heen vlakbij de composthoop.

Vervolgens ga ik laag voor laag de hoop opbouwen. Naar gelang het jaargetijde moet er veel, dan wel weinig water bij. In de zomer gaan er wel acht volle gieters water op.

Na vier dagen is het tijd om de composthoop voor de 1e keer om te zetten. Het proces is nu in gang gezet. Hij is inderdaad al een beetje warm, maar nog niet zoveel als hij de 8ste dag zal zijn. Dan loopt de temperatuur op tot 67 graden Celsius.

Daar kun je je hand niet op leggen hoor, dat is echt te warm.

De verzameling compostmaterialen wordt langzamerhand een egale bruine kleur. Nog een paar daagjes en dan is de temperatuur flink omlaag gegaan en zul je zien dat pissebedden en wormen de hoop weten te vinden. Dat is ook het moment dat je de vruchtbare compost over de groentebedden kunt gaan verdelen.

Wil je zelf ook zo’n composthoop gaan maken? Dan is deze compost blog van Maria op de Harmony center site misschien wel wat voor jou. In duidelijke taal vertelt ze in ‘t Nederlands hoe zij haar Berkeley composthoop opbouwt.