Saffraan Krokus

Saffraan krokus met de stamperdraden, de saffraan, duidelijk zichtbaar.

Tijdens mijn bezoek aan de Hortus botanicus in Leiden afgelopen augustus zag ik een zakje met vijf saffraan krokussen liggen. Ik kon het niet laten liggen.

Thuis heb ik ze meteen volgens de instructie geplant (10 cm uit elkaar en 10cm diep). Het zijn herfstbloeiers die ieder jaar terug komen. Veel informatie heb ik van de Sativus website afgehaald: De teelt van Saffraan.

Saffraan krokus handleiding van Hortus botanicus Leiden.

In oktober zag ik ineens wat groene sprietjes tevoorschijn komen. Een weekje later een bloemknop, mooi verscholen tussen het groen.

Saffraan krokus die net begint te groeien.

Binnen een dag was die open en liet de krokus zijn donkerrode saffraandraadjes zien.

Saffraan draadjes net voor het oogsten.

Met een klein nagelschaartje heb ik voorzichtig de saffraan eruit geknipt. Ik wilde niet de hele bloem oogsten, zo kon ik nog van de prachtige kleuren genieten.

Saffraan draadjes net geoogst.

Na het drogen en een maand luchtdicht en in het donker fermenteren kan ik het gebruiken in de keuken. Ik wil er de kleurrijke paella van maken.

Saffraan krokus net na de oogst.

Overvloed in de Moestuin

Cornucopia!

Een tafel vol met oogst.

De beloning van al het werk in de lente. Geduldig gewacht totdat het zaad dat geplant was, vrucht draagt.

Ik kan winkelen in eigen tuin ūüôā

Aubergine, tomaten, courgettes, pruimen, appels, augurken, bessen, broccoli, pompoen, paprika en aardappelen. Het houdt niet op.

Mijn tuin lijkt rommelig, alle planten staan kris kras door elkaar. Het is geen doorsnee tuiniers plekje met rechte rijtjes en geschoffelde stukken.

In tegendeel! Ik zorg ervoor dat ik elk stukje vol gegroeid is en de aarde bedekt met stro, compost of houtsnippers. Dat helpt de verdamping tegengaan en zorgt ervoor dat de grond los blijft.

Daardoor is het elke dag weer een feest wat ik in de tuin ga vinden.

Zoals ook de aardappelen. Dit jaar kom ik aan ongeveer 10 kilo aardappelen. Met al die droogte toch nog een respectabel gewicht.

Of de augurkjes, waarvan ik dit jaar 6 planten had. Ze deden het helaas wat minder. Toch heb ik zo’n 8 potten kunnen inmaken. Lekker als zoet/zuur.

De tomaten oogst overtreft echter al mijn verwachtingen. In mijn kleine mini-kas passen 9 planten. Sinds half juli kan ik iedere week wel 2 tot 3 kilo tomaten plukken.

Soms zitten daar joekels van vruchten tussen zoals deze Liguria van 441 gram!

Een en ander gebruik ik voor de maaltijden, maar er is veel meer dan wij op kunnen. Daarom maak ik in. In glazen potjes stop ik de ingekookte vruchtgroente zodat ik midden in de winter een pizza kan beleggen met bijvoorbeeld een heerlijke tomatensaus.

Augustus was daardoor een drukke maand. Toch heb ik hiervan geen spijt want ik weet dat ik voor de komende winterperiode zonnestralen in glas heb gevangen!

Appelmoes, tomatensaus en pittige pizzasaus. Klaar om in de voorraadkast gezet te worden.

Watertekort oplossen met een Olla

Noodgedwongen door de droogte hier in Limburg moet ik gaan nadenken over mijn watergeef strategie. Door gebruik te maken van ‘n bekende permacultuur techniek, het mulchen, zorg ik er al voor dat er minder water verdampt. Het afdekken met hooi materiaal zorgt er ook voor dat er op lange termijn meer humus in de grond komt. Meer humus in de grond zorgt ervoor dat die grond beter water kan vasthouden. Dat is ook een van de belangrijkste redenen dat ik zoveel compost nodig heb. Compost kun je namelijk ook als mulch laag gebruiken.

Een andere strategie is water verzamelen. Eén blauwe waterton was al op de boerderij aanwezig. Onze binnenplaats planten worden hiermee voorzien. In de loop van de jaren heb ik elke keer als ik een grote ton kon krijgen die meegenomen. Daardoor heb ik nu in totaal al vier regentonnen staan.

Als de linkse regenton vol is loopt via het witte slangetje het overtollige water naar de rechtse regenton. Zo kan ik met één goot twee tonnen vullen. Goed voor 380 liter regenwater. Links langs de rode muur is de doorgang naar de groentetuin. Ongeveer 20 meter verwijderd van de watertonnen.

Helaas zijn die 4 regentonnen niet genoeg voor deze zomer. Op woensdag 17 juli heb ik met kraanwater een uur lang gieters gesjouwd om mijn permanente groentebedden te voorzien van water. Dat is dan wel gratis sportschool, maar leuk is anders.

Afgelopen zaterdag, 20 juli, viel gelukkig de lang verwachte regenbui. Wel 8 mm waardoor 3 regentonnen zo goed als gevuld werden. Het was heerlijk om in de kas naar het getik op de ruiten te luisteren.

Sinds een tijdje ben ik me aan het verdiepen in een oude techniek. Het gaat om een terracotta pot met deksel die Olla wordt genoemd. Deze graaf je tot de hals in, vul je met water en dan doe je de deksel erop. De aardewerken potten zijn licht poreus omdat ze niet op hoge temperaturen gebakken worden. Daardoor kan water door middel van osmose naar de aarde sijpelen. Plantenwortels zoeken naar vocht en groeien als het waren naar zo’n pot toe.

De wetenschapper David A. Bainbridge heeft er in zijn academische studie Super-efficient irrigation with buried clay pots veel onderzoek naar gedaan.

Als experiment heb ik ‘n oude aardewerken bloempot, waarvan ik ‘t gat met een kurk heb dicht gemaakt, bij de kweepeer ingegraven. Een schaaltje heb ik omgedraaid en als deksel gebruikt. Iedere 5 √° 6 dagen vul ik de pot bij.

Voordat ik dit gedaan had stond de boom er een beetje verlept bij. Na drie weken kan ik concluderen dat dit bijzonder goed werkt. De kweepeer staat er nu veel beter bij, het blad is niet meer verlept en heeft een mooie donker groene kleur.

Hier zie je de kleipot in de grond zitten. De deksel ligt erboven en wordt na het maken van de foto op de pot gelegd.

Composteren, de Snelle Berkeley Methode

Mijn tuin is een gesloten kringloop. Al het plantaardig afval gaat gewoon weer terug in de composthoop om te verteren. Na verloop van tijd komt het als voedsel op de groentebedden terecht en wordt het omgezet in gezonde groenten.

Het is nogal wat werk om in korte tijd compost te maken maar ik vind het de moeite waard. Hiervoor gebruik ik ‘n techniek die bekend staat als de Berkeley methode.

In de jaren ’70 ontwikkeld door Robert D. Raabe, Professor van Plant Pathology, aan de Universiteit van California, Berkeley. Hij noemde het de “snelle composteer methode” en is gebaseerd op het stimuleren van hitte-liefhebbende bacteri√ęn in de hoop die voor de snelle vertering zorgen.

Als ik de hoop ga bouwen, dan begin ik de dag van te voren met het verzamelen van heel veel vers groenafval. Zoals het maaisel van gras, klein geknipte brandnetels, snoeiafval en andere onkruid dat ik kan vinden op ons terrein.

Op de dag zelf haal ik vier kruiwagens mest bij de overbuurvrouw. Verder heb ik nog veel droog afval nodig zoals bladafval en takkenstukjes. Die verzamel ik door het jaar heen vlakbij de composthoop.

Vervolgens ga ik laag voor laag de hoop opbouwen. Naar gelang het jaargetijde moet er veel, dan wel weinig water bij. In de zomer gaan er wel acht volle gieters water op.

Na vier dagen is het tijd om de composthoop voor de 1e keer om te zetten. Het proces is nu in gang gezet. Hij is inderdaad al een beetje warm, maar nog niet zoveel als hij de 8ste dag zal zijn. Dan loopt de temperatuur op tot 67 graden Celsius.

Daar kun je je hand niet op leggen hoor, dat is echt te warm.

De verzameling compostmaterialen wordt langzamerhand een egale bruine kleur. Nog een paar daagjes en dan is de temperatuur flink omlaag gegaan en zul je zien dat pissebedden en wormen de hoop weten te vinden. Dat is ook het moment dat je de vruchtbare compost over de groentebedden kunt gaan verdelen.

Wil je zelf ook zo’n composthoop gaan maken? Dan is deze compost blog van Maria op de Harmony center site misschien wel wat voor jou. In duidelijke taal vertelt ze in ‘t Nederlands hoe zij haar Berkeley composthoop opbouwt.

Tomaten: van Zaad tot Plant

Wat is er toch gebeurt met de tomatenzaadjes van Discutafel waar ik begin februari over schreef? Vijf soorten had ik gewonnen: een rode Marzano2, gele perziktomaat Wapsipinicon, middelgrote gele Wendy, mini gele Goldkirsch en Russian Black.

Vleestomaten Marmande en Liguria, balkontomaat Maja en ‘n middelgrote rode Bolstar Grande had ik zelf gekocht. Daardoor had ik in totaal negen (!) soorten tomaten om op te kweken. Een hele uitdaging.

Vol enthousiasme heb ik gezaaid, twee bakjes vol met hoop.

Dagelijks sproeien en ze werkelijk de grond uitkijkend. Het is bijna niet voor te stellen, maar zo zagen de plantjes eruit die in maart uit de tomatenzaadjes tevoorschijn kwamen.

Kleine ielige sprietjes die de naam tomatenplant nog niet verdient hadden.

Door stug volhouden, verschillende keren verplanten en water geven (en natuurlijk veel aandacht) zijn ze uitgegroeid tot volwaardige planten.

Van elke soort is het me gelukt om minstens één exemplaar in de kas te krijgen en daar ben ik best trots op. Dat verplanten in de kas is in mei gebeurt. Ik had de kas leeggeruimd en bemest met compost en verse aarde.

Van links naar recht: Wapsipinicon, Russian Black, Liguria en Marmande. Ervoor heb ik aan de rechterkant twee Aubergines staan en links twee pepertjes (F1 gekochte planten).

Vanaf toen kwamen de kas zorgen. Water geven. Dieven. Omhoog leiden.

Daarvoor heb ik een constructie bedacht met twee oude plankjes die ik precies op maat gezaagd heb zodat ze op anderhalve meter in de kas hangen. Zes van de negen planten zijn ook daadwerkelijk zo groot geworden.

Russian Black tomaat
Russian Black die, zoals z’n naam zegt, een zwarte tomaat zal worden. Ik ben benieuwd!

Door al die tijd en aandacht die ik ze geef ben ik nu met hart en ziel betrokken. Ieder beestje dat de plant wil aanvallen bekijk ik met argwaan. Als ik lieveheersbeestjes vind, breng ik ze voorzichtig naar de kas om ze vlakbij luizen te zetten.

Bang voor de gevreesde Phytophthora bekijk ik elke dag de planten. ‘s Morgens en ‘s avonds. Ik lees op de blog van Diana’s mooie moestuin, een ervaren tuinierster met een leuke stijl van bloggen, alles over tomaten.

Daar vond ik ook de uitleg over het probleem dat één plant had: de Marzano2. Het doet pijn als je na zoveel investeringen ziekte bij een van de tomatenplanten ontdekt.

Gelukkig bleek het Neusrot te zijn. Niet leuk maar een oplosbaar probleem. Mijn “zieke” plant kan niet genoeg water opnemen. Ik moet zorgvuldiger water geven en heb ook een klein beetje bemest zodat er wat meer Calcium in de grond komt.

Nu is het afwachten.

Geen enkele tomaat is al aan het verkleuren, nog even geduld….

De rode Marzano2, de middelgrote gele Wendy en de oranje Liguria. De Marzano2 heb ik ook nog buiten in een pot staan om te kijken of het in de buitenlucht ook goed doet. Met het huidige weer gaat ‘t prima.

Terras afbakening wordt Koude Platte Kas

Koude kas in de winter

Het verzinnen van nieuwe oplossingen voor materialen die ik red van de afvalstroom vind ik leuk. Zo heb ik afgelopen maand 9 palissade bandjes gekregen. Dat zijn betonnen strips van één meter lang die je kunt gebruiken als afzetting bij borders of terras.

Deze waren erg mooi met rondingen en niet te breed. Ze zijn wel loodzwaar. Justin, de vorige eigenaar, heeft ze in mijn busje getild. Tijdens het opladen kwamen we er achter dat bij 9 bandjes mijn autootje wel erg doorzakte aan de achterkant. Toen zijn we maar gestopt met laden.

Daarom moest ik erg voorzichtig zijn met uitladen toen ik ze ging verwerken. Ik wil geen nieuwe hernia oplopen zoals vorig jaar! Met een steekwagen heb ik ze naar de plaats van bestemming gemanoeuvreerd.

Dat is recht voor mijn tuinkas. Ik wil twee koude bakken bouwen met 4 enkel glas ramen die uit ons huis kwamen tijdens de verbouwing.

Met een steekschop had ik sleuven in het groene gras gegraven. Vervolgens heb ik de palissade bandjes in carré verwerkt zodat de ramen er precies op kwamen te liggen.

Nu werd het tijd om het gras verder om te spitten en de pollen los te schudden en op de kop terug te leggen. De wormen en micro-organismen gaan wel zorgen voor de vertering. In elke bak is een zak met potgrond verdeelt. Door het heerlijke weer kon ik me niet beheersen en heb ik al gezaaid. In een koude kas gaat dat gelukkig.

Dit hergebruik van materialen die voor anderen afval zijn is ook een vorm van creativiteit. Een vorm die mij een ontzettend voldaan gevoel geeft. Op deze basale manier wordt mijn creativiteit heel concreet. Het is een fantastische vorm om met mijn handen in de grond te wroeten. Houdt me geaard.

Citroenplant uit Zaad – deel 1

Citroenen gebruik ik heel vaak. Geraspt in aromatische citroenkoekjes. Als sap op appels om te voorkomen dat ze bruin worden. Ingemaakte citroen in het zout voor bij een Marokkaans tajine recept. Heerlijk frisse citroenlimonade.

Ik zou ze heel graag in mijn tuin hebben staan.

Het zijn echter planten die uit het middellandse zee gebied komen en hier niet in de volle grond kunnen overleven. Toch wil ik het een keer proberen om uit zaad een plant op te kweken. Het wordt dan een kuipplant die in de zomer buiten kan staan.

Gelukkig vond ik een citroen zaai handleiding online. In het kort komt het hier op neer:

De pitjes uit een biologische citroen een dag in water laten weken. Vervolgens met een scherp mes het buitenste schilletje eraf peuteren. Dat is een precies werkje. Ik doe dit om de kiem kansen te vergroten. Het kiemtopje zou anders door dat kleverige velletje heen moeten breken.

Het pellen van citroenzaadjes

Vervolgens worden de naakte zaadjes in een klein champignonbakje gezaaid met wat potgrond. Dit bakje heb ik in een minikastje op de vensterbank boven de verwarming neer gezet. Citroenzaadjes ontkiemen bij temperaturen van 22 tot 25 C.

Na drie weken piepte het eerste zaadje boven de grond. Hoera!

Mini citroenplantje

Met een juweliers-vergrootglas heb ik met mijn telefoon een foto gemaakt. Blij als ik was met dit eerste prille begin van een citroenplant.

Na een week waren van de 16 zaadjes er 13 gekiemd. Tijd om te verplanten naar een grote pot zodat ze wortels kunnen gaan ontwikkelen. Die potjes zet ik dan weer in een groter tuinkastje. Ze staan nog steeds bij de verwarming op mijn vensterbank.

Tony, onze brutale kater, moest zo nodig even testen of het tuinkastje zijn gewicht wel kon dragen!
Helder groen straalt dit kleine citroenplantje me tegemoet. Ik ben benieuwd naar hun toekomst.

Planttijd!

Het Labyrint moet eventjes wachten.

Nu is namelijk de tijd dat je planten kunt verplaatsen en dat gaat het beste voor de vorst van de winter.

Mijn uitbreidingslijstje met planten voor in de tuin had ik al klaar liggen. Er staan heel wat mooie exemplaren op die ik heb kunnen vinden bij twee ecologisch werkende plantenkwekerijen.  Mijn zoektocht ging uit naar planten die medicinaal of als keuken kruid te gebruiken zijn.

De eerste lading vaste planten komt van plantenkwekerij Bastin in Aalbeek (L). Door slim combineren kon ik in één ritje een afspraak in Maastricht combineren met het vervullen van mijn wensenlijstje.

Het is een prachtige kwekerij in het heuvellandschap van Limburg met grappig gebruik van het hoogteverschil. Op de verschillende terrassen staan de planten voor het uitzoeken. Ze zijn gespecialiseerd in mediterraanse planten, vooral lavendel, waarvan ik een bijzonder rijk geurende variant heb gekocht. Verder is Engelwortel, rode zuring, Kardoen, Valeriaan, bosaardbeitjes, Verveine, Mierikswortel, Stevia en een Heuchera (voor zijn decoratieve rode blad, het oog wil ook  wat!) meegekomen.

Oh… en 3 struikjes honingbes (Lonicera caerulea) een bessoort die ik nog niet ken maar wel heel erg nieuwsgierig naar ben. Hopelijk slaan ze allemaal goed aan en kan ik ze volgend jaar proeven.

Op naar de volgende kwekerij.

Een verjaardagsvisite aan mijn zilverklei vriendin in Oss leverde een bezoekje op aan boomkwekerij Batterijen. Daar heb ik een kweepeer halfstam (Cydonia oblonga ‘Vranja’) , twee vijgen (Ficus carica ‘Brown Turkey’ en ‘rouge du bordeaux’) en een wilde citroen (Poncirus Trifolium) meegenomen.

Terwijl ik het gat aan het graven was voor de kweepeer merkte ik pas hoe droog het is geweest deze zomer. Voor de 50 cm diepte had ik een pikhouweel nodig om de grond in stukjes te breken. We zitten hier op kleigrond en dan kan het nogal hard worden als die uitdroogt.

Daarom heb ik bij het planten ook veel compost in de grond gedaan zodat die humusrijker wordt en het vocht beter kan vasthouden. Dat zal de halfstam kweepeer boom fijn vinden.

Het grasveld waar de kweepeer boom nu rechts van de gieter staat. Achterdoor zie je het half voltooide labyrint. De lichtgroene planten links zijn de aspergeplanten, ze hebben het gelukkig toch gered nadat ze door de aspergekever belaagd waren.

Oogsten en Bewaren

Augustus en september zijn echte inmaak maanden. Vaak verwerk ik dan ‘s avonds de oogst die ik overdag zo rijkelijk in de tuin heb gevonden.

Cherrytomaatjes, mirabellen (kleine kerspruimen), Roseval aardappeltjes, verschillende soorten appels, gele en groene courgette, broccoli en augurken. Het kon niet op tijdens deze zomer.

Onze kat Tony ( van Antonio Banderas, Puss in Boots), kwam even snuffelen aan de rabarber. Verder nog eikenbladsla en rucola voor in de salade.

Appels had ik dit jaar veel. Ze waren door het warme weer ook vroeger rijp. Daar had ik me een beetje in vergist. Van val appels maak ik appelmoes en siroop. En natuurlijk appeltaart!

Dit jaar heb ik voor mijn verjaardag een voedseldroger gekocht. Daar heb ik veel gebruik van gemaakt. Appeltjes kun je, nadat je ze tot schijven hebt gesneden, goed drogen. Dan krijg je heerlijke appelchips.

Gave onbeschadigde appels bewaar ik in de kelder of de groentela.

Het resultaat van heel wat uurtjes in de tuin en keuken. Het geeft zoveel voldoening om vanuit mijn eigen voorraadkast wat op tafel te zetten.

Smakelijk!

Een Zonnebloem Obsessie

In het najaar kreeg ik van mijn overbuurman Piet een handjevol zwarte zaadjes. “Die moet je in het voorjaar maar zaaien. Het zijn zonnebloemen.” zei hij nog.

En inderdaad eind april heb ik ze in mijn kasje in potjes gezaaid en braaf gewacht tot ze groot genoeg waren om buiten uit te zetten.

Nu, drie maanden later, zijn ze gegroeid tot wel twee meter hoogte.
Een kleine foto impressie van de verschillende stadia:

Op twee meter hoogte ontwikkelde zich een bloemknop.

Waaruit de helder gele linten het donkerbruine hart omvatten. Dagenlang werd de bloem bezocht door bijen aangezien de honing zich cirkelvormig ontwikkeld.

Uiteindelijk begon het omkrullen van het bloemhoofd. Ondertussen begint het fibonacci spiraalpatroon zich al mooi af te tekenen.

Elk minibloempje gaat nu uitdrogen en afvallen zodat het zaad zichtbaar wordt.

Twee zonnepitjes al zichtbaar, prachtig hoe het spiraalpatroon zich blijft voortzetten.

Zonnebloemhoofd geoogst en aan het drogen.

Het hele proces van groei en de vormen in de zonnebloemen inspireren me om te onderzoeken. Met mijn camera kruip ik er dicht op en met potlood doorgrond ik de patronen. De spiraalvormen, die onderdeel zijn van de Fibonacci reeks, boeien me het meest.

Interessant YouTube filmpje over de spiralen en Fibonacci.

Op het Engelse gedeelte van mijn La Leipsig Jewels site heb ik geschreven over hoe ik mijn inspiratie vertaal in tastbare werk.